In Canada leer je schaatsen voor je kan fietsen. Een portret van het land waar hockey geen sport is, maar een levenswijze.
Vraag een Canadees naar zijn eerste herinnering en de kans is groot dat er ijs in voorkomt. Een bevroren vijver achter het huis, een zelfgemaakte backyard rink, schaatsen onder de kerstboom. Met zo'n 600.000 geregistreerde spelers, duizenden ijsbanen en een winter die een half jaar duurt, is Canada onbetwist het ijshockeyland bij uitstek. Ice hockey heet er trouwens gewoon hockey — iets anders bestaat niet.
Hockey is officieel de nationale wintersport van Canada en staat zelfs afgebeeld op het vijfdollarbiljet. Zaterdagavond is heilig: dan kijkt het halve land naar Hockey Night in Canada, een televisietraditie sinds 1952. Kinderen dromen niet van voetbalstadions maar van de NHL, en elke gemeente — hoe klein ook — heeft haar arena die 's winters het kloppende hart van het dorp is.
De National Hockey League werd in 1917 opgericht in Montreal. De Montreal Canadiens wonnen de Stanley Cup maar liefst 24 keer — een record — en de rivaliteit met de Toronto Maple Leafs verdeelt families tot op vandaag. Hoewel de meeste NHL-teams tegenwoordig in de Verenigde Staten spelen, blijft bijna de helft van alle NHL-spelers Canadees.
Op internationale toernooien is voor Canada alles behalve goud een teleurstelling. Legendarisch is de Summit Series van 1972 tegen de Sovjet-Unie, beslist door de winning goal van Paul Henderson — voor Canadezen wat de Hand van God voor voetbalfans is. Namen als Wayne Gretzky ("The Great One"), Mario Lemieux, Sidney Crosby en Connor McDavid maken de lijst van hockeygoden haast oneindig. Ook het vrouwenhockey domineert Canada al decennia, met een resem olympische titels.
Wat Canada zo sterk maakt, is niet alleen talent maar vooral toegankelijkheid: overal ijs, voor iedereen, van jongs af aan. Die filosofie delen wij. Niet iedereen wordt Gretzky, maar iedereen verdient een plek op het ijs — en zo groeit een cultuur. Bij de Beiren beginnen we alvast in Brugge.